Malakkastraat

Malakka, ook wel bekend als Melaka, is een staat in Maleisië gelegen in het zuidelijke deel van het Maleisisch Schiereiland, naast de Straat van Malakka. Aan het einde van de negentiende eeuw werd er een straat naar vernoemd.

Maleisie

De hoofdstad van Maleisie is Malakka Stad, met een bevolking van 579.000 inwoners in 2019. De stad werd gesticht rond 1400 toen Paramesvara, de heerser van Tumasik (nu Singapore), vluchtte voor de troepen van het Javaanse koninkrijk Majapahit en toevlucht vond op de plaats, destijds een klein vissersdorp. De koning bekeerde zich tot de islam, werd een sultan en trok zo moslimhandelaren aan.

Malakka werd een machtig handelscentrum, vooral voor specerijen, en werd geregeerd door het Sultanaat van Malakka van 1400 tot 1511. De stad werd toen veroverd door de Portugezen in 1511, gevolgd door de Nederlanders in 1641.

VOC

De lokale kantoren en filialen van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) werden geleid door een gouverneur, directeur, commandeur, resident of opperhoofd, afhankelijk van de belangrijkheid van de vestiging.

Grote vestigingen zoals die op Ceylon en Malakka, en de vestigingen in de Molukken hadden gouverneurs. Deze bestuurders, samen met de gouverneur-generaal in Batavia, maakten deel uit van een lokale raad. Eind 17e eeuw telde deze elite van de VOC ongeveer 115 personen.

Napoleon

In 1795 werd de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden bezet door het Franse leger en vluchtte de stadhouder Willem V naar Engeland. Daar schreef hij de ‘Brieven van Kew’, waarin hij de gouverneurs van de Nederlandse overzeese gebiedsdelen opdroeg hun gebieden aan de Engelsen over te dragen. Dit leidde tot het verlies van dertien posten, waaronder Malakka, Ceylon en De Kaap.

Willem V schreef de brieven op verzoek van de Britten om te voorkomen dat de gebieden in Franse handen zouden vallen. De beslissing viel echter slecht in Nederland, omdat het als hoogverraad werd beschouwd en de belangen van Nederland op het spel werden gezet.

Verloren

Nadat Napoleon in 1815 verslagen was, vochten rond 1820 Nederland en Engeland om de heerschappij over Sumatra. In 1824 werd het conflict beëindigd via een verdrag. Nederland werd de baas over Sumatra, terwijl de Engelsen het schiereiland Malakka (inclusief de stad Singapore) overnamen.

Vruchtbaarheidskanon

In 1611 werd een kanon bij de verovering van Malakka op de Portugezen buitgemaakt. Dit ‘vruchtbaarheidskanon’ genaamd Si Djagoer werd naar de Amsterdamse Poort in Batavia (Jakarta) verscheept en werd later verplaatst naar Taman Fatahilah tegenover het oude stadhuis in Batavia.

Het kanon heeft een bronzen knop aan de achterzijde met de vorm van een gebalde vuist met de duim tussen de wijsvinger gestoken, wat voor de Javaanse bevolking een symbool van vruchtbaarheid was. Er ontstond een ritueel waarbij vrouwen die kinderen wilden, bloemen offerden aan Si Djagoer en vervolgens op het geschut plaatsnamen. Tegenwoordig is het kanon te zien in het Museum Sejarah Jakarta.

Louis Couperus

Abraham Couperus was de overgrootvader van de Haagse schrijver Louis Couperus. Deze Abraham trad in dienst bij de Vereenigde Oostindische Compagnie. in 1788 werd hij tot gouverneur en directeur van Malakka benoemd.

Louis Couperus ‘Het is misschien omdat ik een kind van B.B. ben, een zoon uit een ambtenaarsfamilie, deachterkleinzoon van Abraham Couperus, den Gouverneur van Malakka, die nietanders kon dan Malakka den Engelschen overgeven, maar die Riouw voor Nederlandbehield door een diplomarieken zet, dat ik geloof wel iets meer te voelen voor denstillen wrok onzer hoofdambtenaren van gewestelijk bestuur.’

Indische buurt

De Archipelbuurt werd tussen 1860 en 1890 doelbewust opgetrokken voor oud-Indiëgangers, die decennia eerder massaal naar de Oost waren vertrokken en zich nu na hun pensionering in de Hofstad wilden vestigen.

Dicht in de buurt van het departement en andere overheidsinstellingen, of van de kantoren van bijvoorbeeld de NV Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij. De straatnamen in deze nieuwe wijk kregen daarom namen die deden denken aan hun voormalige moederland.

De straat

  • De naam Malakkastraat werd in 1880 vastgesteld, bijna zestig jaar nadat Nederland de kolonie was kwijtgeraakt.
  • De straat loopt vanaf de Borneostraat naar de Timorstraat.
  • De Malakkastraat is samen met de Celebesstraat en de Riouwstraat een van de drie hoofdstraten in de wijk.
  • De bebouwing bestaat uit drie bouwlagen met kap en twee bouwlagen met een kaplaag. Het smalle straatprofiel en de bebouwingsvorm laten dakopbouwen niet toe.

Alexanderkazerne

Toen de Alexanderkazerne in 1840 aan de rand van de stad werd gebouwd, bestond de Malakkastraat of de Archipelbuurt nog niet.

De Alexanderkazerne, die in 1971 werd afgebroken, heeft altijd gediend als cavaleriekazerne. Eerst waren er de Dragonders, gevolgd door de Rode Huzaren van het 3e regiment en de Treinafdeling. Tijdens de oorlog nam de Grune Polizei er zijn intrek, wat leidde tot het bombardement door de Britten in 1945.

Voor de lagere cavalerie-onderofficieren werden huizen in de buurt neergezet. Zoals in In de Atjehstraat en de Malakkastraat. Om echter de deftige uitstraling van de straat te behouden, werd de toegang tot het hofje verborgen achter een gewone huisdeur.

Hofjes In de tweede helft van de negentiende eeuw werden exploitatiehofjes gebouwd toen als gevolg van de industriële revolutie grote groepen arbeiders naar de steden trokken. De hofjes werden gebouwd in het centrum en de eerste stadsuitbreidingen zoals de Archipelbuurt.

Een exploitatiehofje bestaat uit een rij kleine huizen of appartementen die gebouwd werden voor verhuurdoeleinden met als doel inkomsten te genereren voor de eigenaar of ontwikkelaar.

Voor het bouwen achter de openbare straat was destijds geen vergunning nodig. Dit soort hofjes waren/ zijn meestal te vinden achter de statige woonhuizen aan de straat . Exploitatiehofjes hebben meestal een gedeelde binnenplaats of tuin, en de individuele eenheden kunnen hun eigen ingangen hebben of gemeenschappelijke ingangen delen. Malakkahofje

Het Malakkahofje, gelegen in Malakkastraat 102, is een verborgen hofje met vier huisjes genummerd 94 t/m 100. Het werd gebouwd in 1881 door timmerman Joh. Willem Bakker en zijn neef Coenraad Bakker als huisvesting voor de onderofficieren van de Alexanderkazerne. De vierkante uitbouwen aan de huisjes zijn later toegevoegd, vermoedelijk rond 1910.

Naarmate de militaire activiteiten verminderden, verlieten ook de oorspronkelijke bewoners het hofje en werden de huisjes door burgers betrokken. Het hofje werd ook wel Garde Militaire genoemd.

Een opvallend detail is dat de ingang nu in de uitbouw is geplaatst, terwijl het oorspronkelijk bovenlicht van de voordeur nog zichtbaar is. De bekende socialist Domela Nieuwenhuis heeft hier in 1886 op nummer 96 gewoond nadat hij vervroegd was vrijgelaten uit de gevangenis in Utrecht, waar hij vastzat wegens majesteitsschennis.

Vredeskapel

De Vredeskapel in de Archipelwijkin de Malakkastraat 1-3werd in 1880 opgericht als een wijkcentrum voor religieuze activiteiten onder leiding van ds. G.A. Rademaker. Het werd gebouwd op initiatief van jhr. P.O.H. Gevaerts van Simonshaven, een prominent lid van de gemeenteraad. Het gebouw diende als locatie voor zondagsschool, catechisatielessen en bijbellezingen, en speelde een belangrijke rol in het gemeenteleven van dit stadsdeel, waar de Willemskerk de zondagse kerkdiensten verzorgde.

Jubileum 1

Na vijftig jaar werd de kapel gerestaureerd, en tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 werd het beschadigd door een bominslag, wat opnieuw restauratie vereiste. Op 7 maart 1957 werd de kapel heropend en diende het als wijkkerk nadat de Willemskerk was weggevallen.

De kapel kreeg de naam Vredeskapel om de boodschap van vrede die God aan mensen aanbiedt in Jezus Christus te benadrukken.

Stijl

De Vredeskapel is een gebouw in de Waterstaatsstijl. Het heeft een donker bakstenen exterieur met een voorgevel verdeeld in drie vakken, gemarkeerd door lichte pilasters. Het interieur had ongeveer 250 zitplaatsen en werd verlicht door rondboogvensters en neonverlichting aan het plafond. De witte wanden hadden eikenhouten bekleding onder de vensters. Het aandachtscentrum in het midden bevatte de preekstoel en het doopvont, terwijl het avondmaalstel en een open Bijbel op een tafel stonden. Een hoge blank eikenhouten zuil droeg het zilveren bekken afkomstig uit de voormalige Willemskerk.

Het orgel, gebouwd door de firma Van Vulpen, bevond zich op de orgelgaanderij boven de ingang. De dispositie van het orgel omvatte verschillende registers (Holpijp 8′, Prestant 4′, Roerfluit 4′, Octaaf 2′, Scherp 2 st. (bas/discant), aangehangen pedaal).

Jubileum 2

Op 12 november 1980 vierde de Vredeskapel, ook bekend als de Malakkakapel, haar honderdjarig bestaan als onderdeel van de Nederlands Hervormde Gemeente.

Na twintig jaar onderhandelen ontstond op 1 mei 2004 de PKN, ofwel de Protestantse Kerk in Nederland, de grootste protestantse denominatie in Nederland. Het is een samensmelting van verschillende Nederlandse kerken, namelijk de Gereformeerde Kerken in Nederland, de Nederlandse Hervormde Kerk en de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden. DeMalakkakapelsloot zich hierbij aan.

Sluiting

Op 8 juni 2014 sloot de Vredeskapel, een van de oudste protestantse kerken in Den Haag, definitief haar deuren. Op deze Eerste Pinksterdag vond de laatste eredienst plaats. Ter ere van deze gelegenheid werd het doopvont van koning Willem III uit de kelder gehaald, waarin prinses Wilhelmina en prinses Juliana ooit waren gedoopt.

Het Rijksmonument bleef wel behouden voor de buurt.
Het kostte echter veel tijd om een nieuwe bestemming voor de kerk te vinden. Uiteindelijk werd in 2017 een plan goedgekeurd om de kerk, de voormalige consistorie en de kosterswoning om te bouwen tot vier woningen.

Opvallend

Op de huisnummers 60,66 en 74 was in 1880 een kalkblusserij gevestigd.
De toegang is via de steeg naast huisnummer 58. Erachter ligt een blok woningen, met vermelding eerste steen gelegd door J.A. v.d. Gaag, 12.6.1894.

Op de Malakkastraat 146 t/m 146b zijn twee huizen naast elkaar van ongelijke hoogte die toegankelijk zijn via een overbouwde poort.

Nikkelfabriek

In 1870 startte J.B. van Heijst in de Kikkerstraat 13-15 vlak bij het groenewegje een smederij. Dit eenmansbedrijfje groeide uit tot een omvangrijke vernikkel- en rijwielfabriek dat rond 1888 naar de Bonistraat op de hoek met de Malakkastraat verhuisde. De showroom kwam in de Malakkastraat 78-80. In 1915 verhuisde het bedrijf naar de Cruquiuskade in de Binckhorst. Dit tot opluchting van de buurtbewoners die veel last hadden van de herrie van de fabriek. Op de plek van het vernikkelbedijf bevindt zich nu een appartementengebouw dat in 1979 werd neergezet.

Cornelia Noordwal

Cornelia Noordwal was de meest gelezen schrijfster uit haar tijd. In haar roman ‘De winkeljuffrouw uit l’Oiseau d’Or. Chapeaux pour dames et enfants’ uit 1903:
Martha had den sleutel. Zij sloop haar woning binnen, klein kaal benedenhuisje in het meest koude-aardappelen-buurtachtige der Malakkastraat. Nauw gangetje, kleine vertrekjes.

Nee bestaat niet