Louis Couperus – Den Haag in de romans

In Couperus’ romans zoals Eline Vere (zijn debuut, geschreven toen hij 23 was), De boeken der kleine zielen (1901-1903) en Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan… (1906) geeft Couperus een inkijkje in de sociale omgangsvormen van het Haagse milieu van die tijd.

Couperus’ romans tonen vooral het leven van de welgestelde families, zoals die van gepensioneerde ambtenaren uit Nederlands-Indië die zich in Den Haag terugtrokken en hun maatschappelijke rol zagen afbrokkelen.
Met eindeloze visites, diners, soirées, en bezoeken aan opera, sociëteit en het Kurhaus. Deze sociale wereld werd gekenmerkt door ingewikkelde omgangsvormen, intriges, onderlinge haat en nijd.
Hoewel Couperus zichzelf “de ontrouwe zoon van de ooievaarsstad” noemde en veel van zijn leven in het buitenland doorbracht, bleef zijn verbondenheid met Den Haag groot. Hij gebruikte de stad als decor voor zijn verhalen, waarbij hij ook specifieke plekken vereeuwigde. Veel van de wijken en huizen die Couperus beschreef, zijn nog altijd herkenbaar in de stad.
Haagse romans
Louis Couperus schreef tientallen romans en verhalen. Er zijn echter slechts drie boeken die “Haagse Romans” worden genoemd. Dit zijn Eline Vere (1888), De boeken der kleine zielen(1901-1903) en Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan…(1906).
Eline Vere
Eline Vere gaat over een jonge vrouw die gevangen zit tussen haar eigen verlangens en de beperkingen van haar tijd. De roman toont hoe Elines lot wordt bepaald door een combinatie van erfelijke aanleg en sociale omstandigheden.
De boeken der kleine zielen
Marie van Lowe woont aan de Alexanderstraat. Ze heeft acht kinderen, onder wie Constance, die het respect van de familie heeft geschaad door een affaire met de secretaris van haar echtgenoot. Om zijn eer te redden, trouwt Constance met deze secretaris.Na vijftien jaar keert het echtpaar met hun zoon Addy terug naar Den Haag. Hun terugkeer zorgt voor onrust binnen de familie: men vreest dat Constance opnieuw opschudding zal veroorzaken.
Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan…
Het verhaal draait om een duister familiegeheim uit Nederlands-Indië. Dit geheim, “het Ding” genoemd, blijft decennialang als een schaduw over de families Takma en Steyn de Weert hangen.De oude personages, zoals grootmoeder Ottilie en meneer Takma, wachten op hun dood die maar niet wil komen. Zij ervaren hun hoge leeftijd als een straf.
Vaderland
Zo ik íéts ben, ben ik een Hagenaar is een van Couperus’ beroemdste citaten is de openingszin van zijn artikel ‘Een Hagenaar terug in Den Haag’. Dit werd gepubliceerd in 1915 in de Haagse krant Het Vaderland.
Straten en plaatsen in de romans
Dit is een incompleet overzicht van de straten en plaatsen die in de romans en verhalen van Louis Couperus worden genoemd. Het paginanummer kan iets afwijken en is afhankelijk van de druk van het boek.
Alexanderstraat
In de boeken der kleine zielen woonde de oude mevrouw Van Lowe in de Alexanderstraat. Het huis was de plek waar de familie samenkwam, vooral in moeilijke tijden.
De boeken der kleine zielen, pagina 11
Dorine van Lowe woonde alleen in een pension, terwijl de oude mevrouw Van Lowe toch een groot huis had in de Alexanderstraat. Alle hunne kennissen vonden dat vreemd en Dorine, een beetje verlegen, moest het altijd den kennissen uitleggen. Zij had niets liever gewild dan bij mama wonen en voor mama het huishouden doen en voor mama zorgen, mama bederven.
De boeken der kleine zielen, pagina 111
De koetsier sukkelde, moeiïgjes door, – zij herkende hier en daar kennissen, ouder geworden, – nu zij met haar herinneringen terug dreef naar verledene jaren – en de koetsier, zeker om te rekken, volgde niet het Kanaal, maar sloeg in naar de Alexanderstraat. O, het huis, het ouderlijke huis… zoo vòl van herinnering, zoo vòl van verleden, en… zij zag – het stond leêg, te huur… Met een snellen blik naar de gordijnlooze ramen boven, herkende zij zelfs het pleisterwerk van de plafonds, en het was of er het verleden nog neêrhing, nog uitkeek naar haar, door de witte, kalkgestreepte ruiten… Moeitjes sukkelde het paard langs het Bezuidenhout nu, en het was het huis van arme Bertha, geheel dicht gesluierd met kille vitrage, koud en correct en afwerend een snellen blik van doordringing
Eline Vere deel 2, pagina 230
Nog nooit was zijn tred zoo licht geweest; in twee minuten had hij op het Voorhout kunnen zijn. En het was slechts over half acht. De tijd kroop om, ergerlijk langzaam. Hij zoû zeer, zeer langzaam loopen, dan kwam hij niet zoo bijzonder vroeg, waar hij wezen wilde. Hij ging door de Zeestraat, het Willemspark, de Alexanderstraat, de Parkstraat. En het was hem onmogelijk zijn tred, die gevleugeld scheen, in te toomen. In vijf minuten was hij op het Voorhout en hij ademde diep, nu hij stil bleef staan. Hij was verlegen met die eeuwigheid, die hij nog voor zich had.
Gerrit van Lowe woont in de Boeken der kleine zielen in de Bankastraat
De boeken der kleine zielen
Nu eindelijk, naderden zij de Bankastraat en het huis van Gerrit; scheen het haar niet of zij een geheelen avond geloopen hadden door de moeilijke, knerpende sneeuw?
Berenbak
Na afloop van het zomerconcertseizoen in het Kurhaus was het traditie voor bezoekers om Italiaans ijs te gaan eten bij de Berenbak, vlak bij het Kurhaus.
De boeken der kleine zielen, pagina 52
En meestal werd het dan zoo geschikt, dat, behalve Adeline zelve er wel een viertal blondjes meê in den landauer werden genomen: drie kindertjes nog binnen, en Alex op den bok, aan de zorg van den koetsier speciaal toevertrouwd. Dan straalde mama Van Lowe’s gezicht, terwijl een groote toer werd gemaakt, langs Voorburg, Wassenaar of Voorschoten en de kinderen, als de gelegenheid zich aanbood, werden onthaald op melk. Of de tocht ging alleen naar Scheveningen, en bij Berenbak maakte mevrouw Van Lowe opschudding, terwijl iedereen uitzag naar het rijtuig, waaruit behalve de drie dames nog kwamen de drie kindertjes, terwijl Alex klom van den bok… Twee tafeltjes voegde de knecht aan elkaâr, en taartjes en ijs werden besteld…
Bezuidenhout
In het verhaal “de kleine zielen” woonde de oudste dochter Bertha, die getrouwd was met de minister van koloniën Van Naghel van Voorde, in het Bezuidenhout.
De boeken der kleine zielen V pagina 94
Voor de familie en de kennissen breidde het huis in het Bezuidenhout zo deftig en solide zijn brede gevel uit, maakten de gangen, de trappen, de salons, de eetzaal, het kantoor van Van Naghel, de kamers der kinderen alle zo een indruk van onvergankelijke welvaart: de salons en eetzaal heel deftig Hollands; de kamers der kinderen wat moderner, maar toch alles zwaar degelijk, zonder oppervlakkige, doorzichtige schijn van prutsige elegance -dat niemand ooit zou hebben kunnen vermoeden, hoe de beide ouders soms uren lang berekenden, hoe zij die maand een kleine duizend gulden minder zouden verteren…
Bruggetje van Takma
Het bruggetje van Takma is gesitueerd bij de Mauritskade en verbindt naar de Nassaulaan.In de roman “Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan…” fungeert het bruggetje niet alleen als decor, maar vooral als symbool van de overgang tussen heden en verleden, tussen verschillende generaties en levensfasen.
van oude menschen pagina 13
Zoo curieus, die twee oudjes: ze zagen elkaâr haast iederen dag, want papa Takma was kras en hij ging nog dikwijls uit: altijd zijn loopje van de Mauritskade naar de Nassaulaan. De hooge brug ging hij kranig over.
van oude menschen pagina 81
De oude Takma kwam juist van de hooge brug, over de kazerne, aan, stijfrecht in zijn dicht toegeknoopte overjas, iederen stap overdenkend en zich steunende op ivoorknoppigen stok, toen Ottilie Steyn de Weert, komende van de anderen zijde, hem zag en hem te gemoet ging.
– Dag, meneer Takma…
– Zoo, dag Ottilie… Ga je ook naar mama?
– Ja…
Dierentuin
De Haagse dierentuin was een dierentuin die bestond van 1863 tot 1943. Ze was gevestigd op de hoek van de Benoordenhoutseweg, waar nu het Provinciehuis staat.
De zwaluwen neêr gestreken, pagina 47
in den Dierentuin héel lang naar de lang gehalsde, vierkant gevlakte giraffe kon zien, met dat zelfde gevoel van stil voor mij weten: Zie je wel? Daar heb je het weêr… dat beest, dat tooverbeest… van vroeger!
Diligentia
Diligentia is een ietwat deftig theater aan het Lange Voorhout 5.
Louis Couperus trad een aantal keren zeer succesvol op in Diligentia. Op 15 november 1915 voor de debatclub Oefening Kweekt Kennis (O.K.K, bijgenaamd Het Servetje). Daarna in andere programma’s op 22 maart 1916, 6 november 1916, 25 januari 1916, 25 januari 1916, 29 december 1919, 7 januari 1917 en op 25 februari 1918 opnieuw voor OKK.
De boeken der kleine zielen Hoofstuk 9 pagina 69
Ik heb gisteren avond met Van Vreeswijck Brauws hooren spreken in Diligentia, zei Van der Welcke op een morgen. De kerel is net een apostel. Hij spreekt mooi voor de vuist; hij is een redenaar. Een kolossale kerel… zooals hij sprak. Het was verbazend… Hij is een ouwe vriend uit Leiden nog.
De boeken der kleine zielen Hoofstuk 9 pagina 70
Paul vroeg Constance met hem te gaan. Dien avond in Diligentia – de entrée was ten voordeele der Boeren – was de kleine zaal vol: Constance en Paul vonden met moeite twee plaatsjes.
Allerlei genres menschen, lette Paul op. Een curieus publiek. Een salade russe van alle Haagsche côterieën.
Constance! Paul! riep Van der Welcke, trotsch op zijn vriend, en hij haalde hen in. Hij had Brauws aan de heele wereld willen voorstellen, aan dat heele publiek, dat wegstroomde van Diligentia.
– Mag ik je voorstellen… mijn vriend, Max Brauws… mijn vrouw… mijn zwager, Van Lowe. Zij boden hem de hand. Voor Constance bleef Brauws staan, verlegen, onhandig. Zij poogde hem een compliment te maken, dat niet al te banaal zoû klinken, en, tactvolle vrouw, slaagde zij. Paul ook zei iets; zij liepen op: Van Vreeswijck grinnikte in stilte om Van der Welcke’s opgewondenheid en om de onhandigheid van Brauws.
Eline Vere, deel 2 pagina 213
Hij martelde haar met zijn luchtige stem en zijne praatjes, die zij even luchtig moest beantwoorden, terwijl haar hart zoo vol was. Had hij dan alles vergeten? Het scheen wel zoo, want hij spaarde haar niet. Hij praatte door, vroeg naar de opera, naar de Diligentia-concerten, naar het huwelijk van Marguerite van Laren, en hoewel Marie Frédérique vaak het antwoord uit den mond nam, schenen die nietige vragen als pijnlijke flitsen allen op haar, Frédérique, gedoeld.
Fransche kerk (Eglise Wallonne)
De Fransche kerk (Église Wallonne) aan het Noordeinde is een calvinistische protestantse kerk die oorspronkelijk werd gevormd door Franstalige vluchtelingen uit het huidige België en Noord-Frankrijk. Deze kerken ontstonden vanaf het einde van de 16e eeuw in Nederland. De voertaal in deze kerken is traditioneel het Frans.
Op 19 juli 1863 werd Louis Couperus hier gedoopt.
Eline Vere, Deel 2, pagina 165
Hoewel zij hare vroegere kennissen een weinig verwaarloosde, ontmoette zij ze toch een enkele maal, in de salons van Betsy. Uit verveling had zij daar met een oude freule Eekhof, een tante van Ange en Léonie, afspraak gemaakt om den volgenden Zondag gezamenlijk naar de Fransche kerk te gaan. Zij had dit in geen jaren gedaan en des Zaterdags drukte de belofte haar nog al zwaar op de schouders, zoodat zij op het punt was freule Eekhof een briefje te schrijven. Mevrouw Van Raat drong er echter op aan, dat Eline gaan zoû en Eline ging.
Er preêkte een nieuwe predikant met groote, zwarte, dweepende oogen en aristocratische, witte handen. Eline kwam in extaze thuis en verhaalde mevrouw Van Raat opgewonden van de preêk, waarnaar zij zeer aandachtig geluisterd had.
Maar zij was niet Catholiek, en zij troostte zich met hare Fransche kerk. Zij ging nu vaak met freule Eekhof er des Zondags heen en weldra was het haar eene gewoonte geworden en nam zij er hare vaste plaats. Zij groette er hare kennissen met een strak, ernstig gezichtje, met een zacht smeltenden blik en een gesloten treurig mondje, en men verwonderde zich er algemeen over, dat Eline Vere vroom was geworden.
Gebouw van Kunsten en Wetenschappen
Het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen (K & W) was een beroemd theater-, concert- en evenementengebouw gelegen aan de Zwarteweg. Op 18 december 1964 brandde het gebouw volledig af.
Louis Couperus heetf hier nooit gesproken. Hij is hier wel geweest. Op maandagavond 5 februari 1923 werd hier een Duitse film vertoond die uitleg gaf over Albert Einsteins relativiteitstheorie. Onder de bezoekers bevond zich Louis Couperus.
Eline Vere, deel 1 pagina 141
Het was Diligentia-concert geweest, in het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, en Henk en Betsy waren er met haar, op haar aandringen, heengegaan. Fabrice zou er zingen: de populaire baryton der Fransche Opera was uitgenoodigd geworden zich ook in de concerten van het Gebouw lauweren te plukken, zooals Het Vaderland vermeldde…. Eline had niet gerust voor zij zeker was te zullen gaan; zij had eerst de Verstraetens gevraagd: Mevrouw had geen lust, Lili was nog ziek…. zij had toen Emilie aangespoord: Emilie had een invitatie; eindelijk Henk en Betsy, die, ofschoon zij geen van beiden veel met concerten dweepten, hadden toegegeven.
Grote Kerk
De Grote Kerk, ook bekend als de Grote of Sint-Jacobskerk, is de oudste kerk van de stad. Het behoort samen met het Binnenhof tot de oudste gebouwen van Den Haag
Een Hagenaar terug in Den Haag IX pagina 613
Ik zie de Haagse straat nu nieuw en fris en Hollands en neem de typiek er van even gretig in mij op als in die andere typiek van Italië of van Spanje. Ons mooie Stadhuisje en de Grote Kerk kan ik nu z6 gezellig bewonderen alsof dier schaduwen nooit neer waren geslagen over mijn geboorte-en huwlijksakte…
Hoge Raad
De Hoge Raad der Nederlanden bestaat officieel sinds 1 oktober 1838 en is sindsdien de hoogste rechtsprekende instantie in Nederland op het gebied van civiel-, straf- en belastingrecht. In de tijd van Louis Couperus was de Raad gehuisvest in een gebouw aan het Plein, bijgenaamd het hondenhok. In 1988 werd het gesloopt voor uitbreiding van de Tweede Kamer. De Hoge Raad bevindt zich nu aan het Korte Voorhout.
Extaze. Een boek van geluk Pagina 65
Hij had Jules laten komen, maar te lui om zich te scheeren en te kleeden, was hij blijven liggen. En hij lag nog, niet wetende hoe en wat. Daar voor hem was het Paleis. Daar naast de Hooge Raad. Op zij zag hij de Witte en de Zwijger stond in het midden van het Plein: dat alles was heel interessant.
Hoogere-Burgerschool
De Hogere Burgerschool (HBS) was een onderwijsinstelling in de 19e en 20e eeuw. Het was een schooltype dat in 1863 werd ingevoerd met de Wet op het middelbaar onderwijs van Thorbecke.Louis Couperus bezocht vanaf 1878 de Hogere Burgerschool aan het Bleijenburg.
De Zwaluwen neer gestreken. Pag50
Het kleinere huis, het gat van een tuin, geen rijtuigen en geen paarden; ik géen bendie
en paard meer; twee meiden en een knecht, in plaats van dertig bedienden: ik vond
het vreeslijk, begreep er niets van, dacht, dat mijn ouders geruïneerd waren en wilde
niet gelooven, dat dit toch niet het geval was. En de school, de Hoogere-Burgerschool!
De jongens hadden voor mij allen een luchtje: ik vond, dat ze zich niet waschten,
en van passioneele drama’s was geen sprake meer: er werd niet gesproken over vrouwen, ze waren niet verliefd op meisjes, en niemand had een innig vriendje.
Hotel Des Indes
Constance van der Welck woont in De boeken der kleine zielen in het Hotel des Indes aan het Lange Voorhout.
Boeken der kleine zielen pagina 49
Maar Karel… laten we dan… EVEN… naar Constànce gaan…
– Zoo, ga je naar mevrouw Van der Welcke?
– Ja… we moeten haar ZEKER vandàag nog éen visite maken…
– Nou, kom dan! bromde Karel, zenuwachtig, waarom wist hij niet.
En zij reden naar het Hôtel des Indes. De concierge verzocht hen even te wachten,
liet hen toen binnen…
– Hoe aardig, dat jullie komen, zei Constance, en ze was waarlijk verheugd. En
met dat vreeslijke weêr. Maar je ziet… ik kan je alleen ontvangen in mijn slaapkamer.
Ik heb geen salon en de gemeenschappelijke salon is vervelend… Heusch, allerliefst,
dat jullie komen, en met dien regen nog wel… herhaalde zij.
Eline Vere deel 2 pagina 213
Arme jongen! Nu, hij slaat er zich nogal goed door heen. Ga je veel uit van den winter, is er nogal veel te doen? – Nog niet veel: het begint pas, niet waar… In Februari geven de Eekhofs hun jaarlijksch bal, dezen keer in het Hôtel des Indes. – O ja, dat weet ik; Ange vroeg mij er voor over te komen….
Hótel Garni
Hotel Garni, later bekend als Grand Hotel, was een iconisch hotel vlakbij het strand. Het hotel opende zijn deuren in 1858 en groeide uit tot een van de grootste en meest prominente hotels aan de Nederlandse kust.
Eline Vere deel 2 pagina 238
Zij schreef aan Henk en verzocht hem twee kamers voor haar te huren in een pension voor dames, of in een der nieuwe deftige hôtels-garnis.
Noodlot pagina 106
Dank je; zoo is het goed, ging zij voort. Ik heb ongelijk gehad, waarom zoû ik
het niet bekennen? Ik beken het gulweg. Wil je papa niet eens komen opzoeken:
wij logeeren in het Hôtel Garni. Heb je nu plannen? Ga anders met me meê. Het
zal papa plezier doen. Goed, goed, stamelde hij, nu oploopend naast haar.
Hótel de Twee Steden
Hotel de Twee Steden was een hotel oorspronkelijk gevestigd aan de Hofweg en later uitgebreid aan het Buitenhof. Het hotel werd gebouwd rond 1890 en werd vernoemd naar Alkmaar en Enkhuizen. Na een periode als hotel werd het vanaf 1935 in gebruik genomen als bioscoop Cineac. Nu Pathe Buitenhof.
Van Oude mensen pagina 194
Kom… huil nou niet: kom maar hier. En hij trok haar naar zich toe.
Zij nestelde als een kind aan zijn borst, tegen zijn ruige buis; hij klopte haar op haar hand en toen hij haar een zoen op het voorhoofd gaf, was zij zalig tevreden, bleef met een diepen zucht zoo liggen, terwijl hij, glimlachend en schuddend zijn hoofd, neêrzag op zijn moeder.
In welk hôtel ga je, vroeg zij
Twee-Steden, zeide hij. Hèb je nog wat geld voor me?
Neen, Hugh, antwoordde zij. Ik heb je alles gegeven. Voor de reis, en…
Alles wat je bij je hadt?
Ja boy, ik heb heusch geen cent op zak. Maar ik heb het niet noodig. Wat je over hebt, kan je houden.
Houtstraat
Paul, de broer van Constance woonde op de Houtstraat.
De boeken der kleine zielen pagina 29
Ook Paul was nu binnengekomen, wrijvende zich de handen: hij was met een rijtuig gekomen; hij beweerde, dat hij te oud was om door zulk weêr, en zulke smerige straten te loopen van de Houtstraat naar de Kerkhoflaan… De tram? Dank je wel… zoo een smerige boel, als een tram, en dan nog wel met regen en storm…
Huis van bewaring
Een Huis van Bewaring is bedoeld voor voorlopige hechtenis van verdachten en het uitzitten van korte gevangenisstraffen. De gevangenis aan de Pompstationsweg werd in 1886 in gebruik genomen. Deze telde 204 cellen, waarvan tien voor vrouwen. Hier zaten mensen in voorlopige hechtenis, afwachting van hun proces of met een korte straf.
Noodlot II Pagina 124
Want als een slaapwandelaar had hij dien vreeslijken dag zichzelven aangegeven op het commissariaat van politie te Scheveningen, had hij zich laten brengen naar het Huis van Bewaring, had hij zijne zaak doorgemaakt… Zes weken had ze geduurd – een kort verloop.
Kerkhoflaan
Constance van der Welcke woont met haar man Henri van der Welcke en hun gezin aanvankelijk aan de Kerkhoflaan, een locatie die in het verhaal als luguber en ongezond wordt beschreven vanwege de nabijheid van twee kerkhoven en de vermeende miasma’s (ziektes die via de lucht zouden worden verspreid).
De boeken der kleine zielen V pagina 121
Het was April, maar het was nog winter: een kille, natte winter, die als nooit uitgeregend was; boven de Bosjes en de Kerkhoflaan zwollen de zware wolken eeuwig aan, kwamen zij altijd als aangevaren uit een geheimzinnig wolkenrijk, smeerden zij over de luchten al de droefgeestige tinten van de hemelen der lage landen, waren zij eeuwig als een mooie weemoed van loodkleur en grauwend lila, met de koperen gloeiingen soms van een licht, dat altijd zwijmde en nooit overwon en maar even koperde tussen het grauw; en de eeuwige regens kletsten neer, de eeuwige wind huilde door de naakte bomen; de eeuwige wolken verschoven en ijlden voort op de stormvlaag, als was het daarboven een eeuwige strijd: een wolkleven, waarvan de mensen niet wisten. Het was een melancholie van iedere dag, en toch, vreemd, deed ze Constance weldadig aan, glimlachte zij tegen de grauwende wolken, de wolken van lila met koper doorgloeid, of een verre brand scheen door een neveling van water ; en haar huis was haar lief in zeer korte tijd en zij was blij daar te wonen.
KLEINE ZIELEN V 121
De boeken der kleine zielen V pagina 154
Ja maar, ik kom niet dikwijls hier voorbij… Je woont zo ver van alles af… in die Kerkhoflaan… ik word hier altijd luguber. Hoe ben je hier toch komen wonen, zeg… tussen twee kerkhoven in? Het is ongezond, weet je, hier te wonen, vanwege de miasma’s…
Kerkhof
De Algemene Begraafplaats aan de Kerkhoflaan werd in gebruik genomen in 1830, nadat het verboden werd om mensen in kerken te begraven vanwege volksgezondheidsredenen.
De andere begraafplaats aan de Kerkhoflaan is sinds 1830 de rooms-katholieke begraafplaats St. Petrus Banden (Petrus in de Boeien).
Kleine zielen pagina 133
Een vrouw?
– Ja, ritmeester… Hier. mijn kameraad heeft het eerst het lijk gezien, toen het bovendreef met het gezicht boven het water… Toen is hij mij komen waarschuwen, zijn wij de dreggen gaan halen… Een jonge vrouw nog…
– En ze was… al blauw…
– Ja… ritmeester… opgezwollen, ze had veel water binnen… We hebben het lijk naar het Kerkhof bij de Boschjes gebracht… We gaan nu naar de Commissaris.
– Naar het kerkhof…
– Ja ritmeester. Ritmeester.
– Ritmeester… De mannen salueerden.
– toen hij de Kerkhoflaan insloeg, en achter zich liet het Kerkhof, ter zijde, wist hij heel goed, dat ook daar lag een blauwe vrouw, die gedregd uit het Kanaal hadden agenten-van-politie, maar hij wist ook heel secuur, dat daar boven door de lucht over – het lijf van zijn draak en langs iedere kronkeling ijlde.
Oude mensen pagina 183
Ja, zei Harold Dercksz; hij zal zijn geld voor het meerendeel nalaten… aan Elly… en aan Ottilie.
Wanneer is de begrafenis?
– Maandag.
– Lot en Elly zijn dan nog niet hier.
– Neen. Het is onmogelijk op ze te wachten.
– Gaat de stoet door de Nassaulaan…
– Het is de weg… naar het kerkhof.
– Het is beter een omweg te maken… niet te gaan langs het huis van mama. Zij zit altijd aan het raam.
Nassaulaan
De zeven-en-negentig jaaren oude Ottilie Dercksz woonde op de Nassaulaan.
Van oude menschen pagina 161
Zij ging dien middag naar de Nassaulaan; de oude Anna deed haar open, blij, dat de oude mevrouw niet vergeten werd. Dag mevrouw… Er zijn boven meneer Takma, dokter Roelofsz en mevrouw Floor… Ja, straks kan u zèker naar boven… Dank u, de oude mevrouw is heel wel.
Van oude menschen pagina 226
Dien middag, op de Nassaulaan, toen Lot en Elly dadelijk door Anna werden opengedaan, vonden zij haar in de gang pratende met Steyn.
-Ik ben gekomen om te hooren hoe het met mama gaat, zeide hij.
-Komt u toch binnen! zei Anna. De voorkamer is goed gestookt
Nieuwe Uitleg
Ernst woonde in de Boeken der kleine zielen op de Nieuwe Uitleg.
Boeken der kleine zielen X pagina 328
Nog altijd woonde Ernst op zijne kamers op den Nieuwen Uitleg, te midden van zijne collecties, te midden van zijn liefhebberijen. Stil en eenzelvig leefde hij, een man van bij de vijftig nu, in zijne boeken, tusschen zijn porcelein, tusschen zijn antiquiteiten, en de juffrouw zorgde voor hem, kookte zijn eten – omdat hij er goed voor betaalde – te veel.
Een Hagenaar terug in Den haag pagina 614-615
Wat mij echter zonder overdrijving duizelig maakt in Den Haag zijn de nieuwe wijken, is de nieuwe stad, zijn al die brandnieuwe straten, genoemd naar allerlei min of meer beroemde of bekende persoonlijkheden, in welke straten vele verwanten, vrienden en kennissen wonen en die ik dus onmogelijk vermijden kan.
Ik vind het heel goed, dat die straten er zijn en [zijn] ze misschien niet specifiek Hollands, zo proper en fatsoenlijk elk huis in zijn ommuring af-sluitend éen familie, onder elk dak éen familie, maar of ik ze door-wandel of door-tuf, ze maken een verbijsterende indruk op mij van eenvormigheid en eindeloosheid en als ge het mij nu op mijn geweten af vraagt, dan moet ik u eerlijk bekennen, dat ik nooit mij zou kunnen opsluiten in zulk een Haags-Hollands huis, met ál de papieren, die verbonden zijn aan zulk een bewoning, met al de banden, die zulk een bewoning mede brengt, met zulke keurige tule gordijnen voor de spiegelende ramen, met zo vele buren, die naast mij en over mij even fatsoenlijk en proper als ik zouden wonen en wier namen en huisnummers ik zou zien vermeld met de bij-voeging, dat zij lid van Armenzorg of van de ‘Nachtbewaking’ zijn, met de waarschuwingen, dat er niet aan de deur wordt gegeven en gekocht en dat drukwerken niet worden terug gegeven.
Geheel het aspect van een zo brandnieuw fatsoenlijk huis, liever, het aspect van zo een Haags-Hollandse straat doet mij verpletterend aan en zo ik er móest wonen, zou ik vinden waarom weet ik niet precies, dat ik geheel mijn vrijheid verloren zou hebben en zou ik mij ongelukkig gaan voelen. Mocht het u dus ooit, beste lezer, in de gedachte komen mij zulk een keurig huis in zulk een keurige nieuwe straat cadeau te doen, dan hoop ik van harte, dat gij dit heilloze plan niet ten uitvoer zult brengen en mij mijn oprechtheid vergeven zult en u zult herinneren, dat ik ze) ik in mijn goede geboortestad mijn verdere levensjaren ‘huiselijk’ moest slijten, ik dit alleen zou kunnen doen in een huis op de Koninginnengracht of op de Prinsegracht of ook wel… op de Nieuwe Uitleg…
Daar zou ik ontrouwe, oude Hagenaar, mij nog wel voelen wonen in Den Haag, maar in Godsnaam, dring mij niet de Stadhouderslaan met annexen op, want ik verzeker u, ik zou heel onhoffelijk worden en trots de charmante kennissen die ik in die streken heb wonen, het cadeau en uw huis weigeren…
Oranjestraat
Karel en Cateau in de Boeken der kleine zielen waren een echtpaar dat woonde in een groot, degelijk en solide ingericht huis in de Oranjestraat
De boeken der kleine zielen V pagina 11
Karel en Cateau zetten zich aan tafel. Zij hadden geen kinderen; zij woonden nu in Den Haag, nadat Karel jarenlang burgemeester geweest was op een mooi dorp in Utrecht. Zij hadden nu een mooi, groot huis in de Oranjestraat; zij hadden drie meiden; zij hielden rijtuig.
Eline Vere pagina 93
Door de Parkstraat en de Oranjestraat was zij in het Noordeinde gekomen en zij naderde reeds de platenwinkel, toen haar opeens de vrees omving, of de winkelier het niet dwaas zou vinden, dat een jong meisje het portret van een acteur kwam kopen.
Parkstraat en de Oranjestraat
Eline Vere
Door de Parkstraat en de Oranjestraat was zij in het Noordeinde gekomen en zij naderde reeds de platenwinkel, toen haar opeens de vrees omving, of de winkelier het niet dwaas zou vinden, dat een jong meisje het portret van een acteur kwam kopen.

